Waarom in beslotenheid vergaderen over de begroting

2 oktober 2010

Gisteravond was het dan zo ver. Een bijna complete raad, aangevuld met enkele commissieleden, toog naar de Kampanje. Dit op uitnodiging van het college. Het college wilde in beslotenheid met ons van gedachten wisselen over de begroting en de gevolgen van de komende bezuinigingen. In feite wilde het college, inclusief de burgemeester, de Raad verleiden tot het doen van uitspraken, natuurlijk passend in het door het college bedachte stramien, waaraan datzelfde college de Raad later zal willen herinneren.

Dat een avond als die van gisteren ten enen male ontoereikend is om de problematieken grondig te bespreken, dan wel iedere partij een conclusie te laten formuleren, mocht ook niet deren. Het manipuul vierde hoogtij en dat bleef de gehele avond zo. Geen wonder dat e.e.a in beslotenheid moest plaats vinden. Immers de aanwezigheid alleen al van de pers zou het manipuul bij voorbaat al de grond inboren.

Het festijn werd geopend door de voorzitter/burgemeester. Hij maakte duidelijk, en dat niet voor de eerste keer, dat wij als Raad het bestuurlijke licht nog niet echt hebben gezien. Dat een voorzitter van de Raad zich hiermede verwijdert van diezelfde Raad wordt ofwel niet onderkend danwel niet van belang geacht.

Vervolgens hield wethouder Visser een betoogje over de begroting. De toegevoegde waarde daarvan was mij onduidelijk. We wisten al wat hij vertelde, we wisten al veel meer. Daarop volgde een door de burgemeester georkestreerde vragen ronde.

Na de koffie volgde een halleluja ronde van de wethouders. Wat wij ermee moesten is mij onduidelijk. Wel is het mij duidleijk dat wij er niets mee konden en kunnen. Opvallend was wel dat de wethouders tevreden waren met zichzelf.

Ik heb mijn ergernis over het manipuul niet onder stoelen of banken gestoken. Na de borrelpauze, waarin ik van gedachten wisselde met collegae, bij aanvang van de derde ronde besloot ik mijn zelfrespect te gehoorzamen en mij te onttrekken aan het Schuiling toneel.

Vanmorgen heb ik ontdekt dat ik niet de enige was die ongelukkig was met het gedoe. Het is een zorgelijk verschijnsel dat onze burgemeester/ voorzitter van de Raad zich inmiddels manifesteert als coalitie wethouder. Ik vraag me af of hij zich realiseert dat zijn opstelling een gebrek aan respect voor zijn eigen gemeenteraad suggereert.